De ontwikkelingen rond het Edese warmtenet volgen elkaar in rap tempo op. Door de oorlog in Oekraïne lijkt de energietransitie in een stroomversnelling te komen en heeft biomassa – vergeleken met Russisch gas – opeens weer veel betere kaarten. Maar het doorhakken van de energieknopen vraagt natuurlijk wel zorgvuldigheid. Daarom stellen we ook kritische vragen bij deze ontwikkelingen, zodat de belangen en afwegingen op tafel komen en het maatschappelijk gesprek beter kan worden gevoerd.

‘De schoonste bio-energie installaties ter wereld’

“Provinciale steun voor verduurzaming bio-energie installaties Ede,” kopte een ronkend persbericht van de Provincie Gelderland. Het project Schoner dan Fossiel van Bio-energie de Vallei (de drie Edese biomassacentrales, onderdeel van Energie voor Elkaar) is positief voorgedragen voor een incidentele subsidie van € 1.700.000. Hiermee krijgt Ede “de schoonste bio-energie installaties in de wereld.” Ja, u leest het goed. Na het World Food Center voltrekt zich in ons lommerrijke heidedorp een nieuw wereldwijd wonder. De gemeente Ede vond dit zo’n tof duurzaam idee dat ze meteen € 300.000 subsidie bijdroeg.

Gedeputeerde Jan van der Meer, namens GroenLinks verantwoordelijk voor het Gelderse energiebeleid, kon zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen: “Met dit unieke project zetten we een nieuwe standaard voor bio-energie installaties en worden we minder afhankelijk van Russisch aardgas. De uitstoot van totaalstof en stikstof uit de installaties vermindert met maar liefst 70%! Daardoor verbetert de luchtkwaliteit in de gemeente Ede.”

De diepe aardwarmte die het warmtebedrijf gaat aanboren moet ertoe leiden dat de biomassa-installaties “kunnen worden afgeschaald naar een backup- en piekvoorziening.” In gewoon Nederlands: je stookt dan alleen nog houtsnippers in een hele koude winter. De installaties worden ‘hybride’, ze leveren zowel aardwarmte als biomassawarmte en brengen zo de CO2-uitstoot terug, terwijl ze 30% meer warmte leveren.

Op dit juichende PR-verhaal is wel wat af te dingen. En niet alleen omdat er nog helemaal geen aardwarmte is aangeboord. Energiedeskundige Nicolaas van Everdingen constateerde twee jaar geleden in een gastcolumn op Ede Dorp al dat de gemeente Ede geen eisen had gesteld aan de uitstoot van fijnstof door de biomassacentrales en dat dit ook niet continu werd gemeten. Het warmtebedrijf voelde zich niet verplicht daar zelf iets aan te doen. “Waar is het gevoel van maatschappelijk verantwoord ondernemen gebleven?” vroeg Van Everdingen. “Met de 124 miljoen SDE-subsidie moet je makkelijk in state-of-the-art filtertechnieken kunnen investeren. Ook kun je met dat geld continu monitoren op een heel aantal relevante parameters en die data 24/7 aan elke burger via de website online beschikbaar stellen, inclusief de historie.”

Vergelijkbare vragen werden in iets mildere vorm ook gesteld in de digitale ‘expertbijeenkomst biomassacentrales’ van 11 juni 2020 in de Edese gemeenteraad. We kunnen in ieder geval constateren dat de SDE-subsidies niet zijn gebruikt voor filters. Woordvoerder Audrey van den Berg beweerde in een gesprek dat ik in maart met haar had zelfs dat het bedrijf ondanks deze riante subsidies verlies heeft gedraaid. Dus werd een dringend beroep op de Provincie Gelderland en de Gemeente Ede gedaan om bij te passen.

De provincie is sinds medio 2020 samen met de gemeente in gesprek met Energie voor Elkaar (het moederbedrijf van het warmtebedrijf), maar de definitieve subsidieaanvraag is pas in februari 2022 ingediend. Nu kan het gewoon toeval zijn dat dat net rond de verkiezingen gebeurt. Maar van een raadslid in Amersfoort vernam ik dat het Warmtebedrijf Amersfoort (ook eigendom van Energie voor Elkaar) vlak voor de verkiezingen van maart 2018 nog even snel een vergunning bij de scheidend wethouder regelde voor de bouw van twee biomassacentrales, buiten de raad om. Zo’n gemeenteraadsreces rond de verkiezingen is blijkbaar een gunstig moment om maatschappelijk gevoelige dossiers te laten passeren.

Geen subsidies zonder investeringskaders

Dit politieke achterkamertjeswerk betekent niet dat er dan procedureel iets onoorbaars gebeurt. Voor een subsidietoekenning zijn wel beleids- en afwegingskaders. Gedeputeerde Staten is bevoegd om een grondslag voor subsidie vast te stellen. Het kader voor deze incidentele subsidie is het Gelders Klimaatplan en de Strategische agenda biomassa als energiedrager. Innovaties rond biomassa-activiteiten en verduurzaming van warmtenetten zijn hierin expliciet voorzien. Daarnaast hebben Provinciale Staten van Gelderland op begrotingsniveau de kaders vastgesteld. Bij de begrotingsbehandeling voor 2021 is hiervoor geld vrij gemaakt.

Voor Ede is het kader voor deze subsidietoekenning de Investeringsagenda Ede 2021-2024 en de Reserve Cofinanciering Edese Opgaven. In juni vorig jaar heeft de raad ingestemd met een voorstel van het college om een potje te creëren dat als matching fund kan dienen voor projecten waar ook andere financiers voor zijn. Hierbij is gekeken welke thema’s bij Rijk en Provincie voor cofinanciering in aanmerking komen. Dat zijn met name projecten op het gebied van wonen, zorg en energietransitie. Om te voorkomen dat het college buiten de raad om geld uitgeeft is een kader opgesteld. Hierin is verduurzaming van de Edese biomassacentrales als een van de doelen aangemerkt. Alleen bij bijdragen boven de 1,8 miljoen is overleg met de raad nodig. De biomassasubsidie van 300.000 euro is door het college dus rechtstreeks toegekend.

Ongemakkelijke vragen uit de samenleving

Als ik mijn oor te luisteren leg op Twitter en het burgerplatform Ede Dorp, constateer ik desalniettemin vier ‘ongemakken’ – of sentimenten – bij deze ruimhartige subsidietoekenning. Deze heb ik aan zowel gedeputeerde Jan van der Meer als aan wethouder Leon Meijer voorgelegd. De eerste reageerde uitgebreid, de tweede beknopt. Ik zal dus vooral de eerste citeren.

1. “De biomassacentrales vervuilen. In plaats van dat de vervuiler dit zelf oplost wordt het nu vanuit de collectieve middelen, dus door de belastingbetaler, betaald.” Op welke concrete gronden is dit verdedigbaar?

Van der Meer benadrukt dat biomassacentrales en warmtenetten een belangrijke rol spelen in onze energiehuishouding en verder kunnen worden verduurzaamd. Dat wil zeggen dat ze dan minder CO2, fijnstof en stikstof uitstoten. Zeker voor inwoners in Ede van belang omdat de centrales dichtbij woningen staan en de stikstof neerdaalt op de Veluwe.

“Met deze subsidie maken we een investering van het bedrijf mogelijk van in totaal 5,6 miljoen, waarmee de emissie van fijnstof en stikstof met 70% kan worden gereduceerd,” zegt Van der Meer. “Daarmee wordt dit een van de schoonste biomassacentrales ter wereld. De maatregelen zijn niet renderend voor het bedrijf en bovenwettelijk. Dat wil zeggen dat we deze niet juridisch af kunnen dwingen.” Hij meldt dat ook andere bedrijfssectoren gebruik kunnen maken van dit soort innovatiesubsidies. De samenleving heeft baat bij gezonder leven, een schonere lucht (subsidie voor elektrisch rijden) en energiebesparing (isolerende maatregelen voor inwoners en bedrijven).

Samengevat: er zijn duurzaamheidspotjes voor iedereen, dus ook voor warmtebedrijven. Bio-energie de Vallei investeert zelf 3,6 miljoen euro, dat is een eigen bijdrage van pakweg 60%.

Nu zijn biomassacentrales per definitie gigantische subsidieslurpers. Zonder subsidie zou er helemaal geen biomassaverbranding zijn. Zo incasseerden de drie Edese biomassacentrales in 2014 en 2018 van de rijksoverheid SDE+ subsidietoezeggingen van in totaal 124 miljoen euro. Dat blijkt uit gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze subsidies zijn uitgesmeerd over 12 jaar en gekoppeld aan de hoeveelheid warmte die daadwerkelijk wordt geproduceerd en de energieprijzen in de markt. Hierdoor valt de daadwerkelijk uitgekeerde subsidie in de praktijk lager uit, maar hoeveel er nu exact is uitgekeerd wil de RVO niet kwijt.

In 2020 beloofde het warmtebedrijf dat deze subsidies ook gebruikt zouden worden voor innovatie. Zo zou de installatie aan de Dwarsweg worden gemoderniseerd tot “de schoonste Duurzame Energie Installatie ooit.” Maar blijkbaar was dat niet genoeg en werd ook nog een aanvraag bij de provincie ingediend.

De claim dat Ede met deze subsidie “de schoonste biomassacentrales ter wereld” krijgt is intrigerend. Volgens Van der Meer komt dit doordat “het meest vergaande filter procedé dat er te vinden is in de markt” wordt toegepast. Mijn vraag om welk exact filter procedé het dan gaat en welke wereldwijd vergelijkende studies hieraan ten grondslag liggen kon de gedeputeerde niet beantwoorden. Bijzonder, want je mag toch verwachten dat zo’n onderbouwing in de subsidieaanvraag staat. Volgens Petra Borsboom, de woordvoerder van Van der Meer, staan die gegevens er wel degelijk in, maar zijn deze geclassificeerd als “bedrijfsgevoelige informatie”. We kunnen de subsidieaanvraag wel ‘wobben’, maar de passages die het warmtebedrijf zelf als vertrouwelijk heeft aangemerkt worden dan zwartgelakt.

“De informatie over hoe de indiener wil voldoen aan de bovenwettelijke maatregelen is naar ons inzicht voldoende onderbouwd,” zegt Borsboom. “Cijfers of offertes die ter onderbouwing aan ons worden voorgelegd zijn meestal niet openbaar. Bedrijven hebben nu eenmaal ook rechten gekregen van de wetgever.” Ze meldt dat de subsidie in tranches wordt uitgekeerd over een periode van drie jaar. Tijdens het proces wordt er jaarlijks getoetst aan de hand van metingen. De subsidie moet ook financieel worden verantwoord. Helaas is dit zonder inzage in de subsidieaanvraag en de concreet toegepaste technieken journalistiek niet te factchecken. In hoeverre hebben ambtenaren van de Provincie de kennis in huis om de toegepaste technieken goed te kunnen beoordelen?

Twee jaar geleden gaf wethouder Lex Hoefsloot meteen toe dat hij en zijn ambtenaren de expertise niet in huis hadden om de claims van het warmtebedrijf te kunnen controleren. Het warmtebedrijf wilde destijds zelf niets over de nieuwe filters kwijt (‘bedrijfsgeheim’), dus een vriendelijk verzoek of iedereen hen maar op de blauwe ogen wilde geloven. Deze niet-transparante opstelling heeft het bedrijf nog steeds. Ondanks vijf (!) verzoeken hiertoe, zijn mijn vragen over de nieuwe mysterieuze superfilters niet beantwoord.

Een week na mijn vijfde poging kwam woordvoerder Audrey van den Berg van moederbedrijf Energie voor Elkaar toch nog met een reactie. “Sinds 2015 zijn we bezig met het voortdurend tweaken van onze systemen en hebben veel ervaring opgedaan met wat de ideale zuivering zou kunnen zijn. Die ervaring heeft ertoe geleid dat we in samenwerking met onze leveranciers een route hebben gevonden om een extreem lage emissie te kunnen realiseren. Het gaat dus niet om een standaard product met een typenummer, maar om een combinatie van technieken die op maat gemaakt worden. Het voorgestelde nieuwe proces hebben we de afgelopen jaren onafhankelijk laten toetsen, waarbij door de toetsende organisaties is vastgesteld dat het voorgestelde in de praktijk volgens plan zal functioneren. We hebben ook de afspraak gemaakt met de fabrikant dat deze de bovenwettelijke jaarlijkse meting door een onafhankelijk daarvoor geaccrediteerd bedrijf zal laten uitvoeren.” Maar over welke technieken, wereldveranderende inzichten, leveranciers en toetsende organisaties het concreet gaat, het komt er niet uit.

Volgens Van den Berg is het redelijk dat dat geheim blijft, want ook al is deze investering “onrendabel en niet terug te verdienen,” de kennis “vertegenwoordigt wel een bedrijfsmaatschappelijke waarde die te vermarkten is.” Ho, wacht even… Dus de bijzondere, op maat gemaakte filtercombinatie is niet terug te verdienen, en dáárom vraag je subsidie aan, maar is wel te vermarkten? “We zien een kans onze investering van 3,6 miljoen terug te verdienen,” zegt Van den Berg als ik hierop doorvraag. “Andere duurzame energiecentrales zijn een potentiële gesprekspartner daarvoor, zodat zij het wiel niet nogmaals hoeven uit te vinden. Zo helpen wij de samenleving vooruit.” Dat klinkt wat Sywertiaans. Het maakt de eigen investering van 3,6 miljoen een stuk minder nobel, want die wordt gewoon terugverdiend, en misschien nog wel meer.

“De meetrapporten zullen worden voorgelegd aan provincie en gemeente. Daarna zijn deze rapporten openbaar en kan iedereen daar kennis van nemen,” meldt Van den Berg. We weten dus pas over drie jaar of de geclaimde 70% reductie is gerealiseerd. Opvallend is dat het bedrijf deze metingen zelf moet regelen. Dat lijkt op de slager die z’n eigen vleeskeuring mag organiseren.

“Ik denk dat je hier toch anders naar moet kijken,” zegt provinciewoordvoerder Borsboom, die mijn opmerking een typisch journalistiek frame vindt. “Alle bedrijven moeten dit doen, anders zou de burger alle metingen van alle bedrijven moeten betalen. Dat zijn miljoenen extra per jaar. Onze deskundigen toetsen de metingen en aan de voorkant worden de randvoorwaarden en kaders in de subsidiebeschikking opgenomen, waaronder dat meetbedrijven gecertificeerd moeten zijn. Dat kan ik dus prima uitleggen aan de burger. Het is allemaal zeer gedetailleerd. Een aanvrager moet in het traject laten zien dat het verwachte resultaat wel wordt bereikt. Vandaar dat we de subsidie in tranches verstrekken. Meestal wordt in de beschikking bepaald dat er een gedeeltelijke terugbetalingsverplichting is als de investering of het resultaat niet wordt gehaald.”

2. “Energie voor Elkaar heeft met het Asper Dorothea fonds 250 miljoen euro beschikbaar voor investeringen in de centrales en het warmtenet, inclusief proefboringen naar aardwarmte. Waarom worden de emissiebeperkingen niet door deze investeerders betaald? Zij plukken immers ook rendement op hun investering.”

Van der Meer benadert dit pragmatisch. De overheid wil duurzaamheid stimuleren, maar “algemeen bekend is dat het bedrijfsleven niet als vanzelf geneigd is om maatschappelijke doelen te realiseren. Het bedrijfsleven heeft ook een ander doel: het behalen van rendement. Bij het genoemde fonds zit ook het ABP pensioenfonds dat rendement moet behalen om pensioenen zeker te stellen.” Van der Meer noemt wijselijk Mubadala, het investeringsvehikel van het emiraat Abu-Dhabi, een van de andere grote investeerders in het fonds, niet. Dat geld verdwijnt in de zakken van rijke oliesjeiks. De maatregelen zouden voor het warmtebedrijf niet renderend zijn en bovenwettelijk (lees: ook zonder nieuwe filters voldoen ze nog aan de normen). “Alleen met subsidie kun je deze innovatie aanjagen. We zetten hier mogelijk een nieuwe standaard voor biomassacentrales,” aldus Van der Meer.

Wethouder Leon Meijer weet nog te melden dat “de vermogenspositie van de aanvrager niet bij de beoordeling is betrokken.” Dat is bijzonder omdat het Edese college in maart aan de raad meldde: “Investeringen die voortkomen uit de strategische agenda zijn voor rekening van het Warmtebedrijf.” Dus zelf betalen, zou je denken. Maar het beter filteren van de uitstoot valt daar blijkbaar niet onder, die wordt voor 40% gesubsidieerd. Meijer ziet daar geen tegenstelling in. “Het beschikbaar stellen van de gemeentelijk bijdrage is een apart besluit.”

3. “Waarom is dit in verkiezingstijd, als de Edese raad niet regulier bijeenkomt, besloten? Was het gezien de gevoeligheden rond Energie voor Elkaar niet beter geweest om dit besluit aan de Edese raad of de Provinciale Staten voor te leggen?”

“Wij zien geen relevantie met de verkiezingstijd van de gemeente Ede of met welke verkiezingstijd dan ook,” zegt Van der Meer. “Het is een provinciale subsidie waarvoor GS bevoegd gezag is. Subsidieregelingen worden ruim van tevoren vastgesteld, hierin staan kaders en voorwaarden.” Meijer voegt daar aan toe: “De aanvraag van het warmtebedrijf is in februari bij de provincie ingediend en de Gemeente Ede heeft de formele aanvraag in maart ontvangen. Het genomen besluit is een bevoegdheid van het college, door de raad aan het college verleend. Dat dit besluit in maart genomen is, komt door een samenloop van omstandigheden.”

4. “De biomassacentrale Ede Noord, waar de meeste maatregelen worden uitgevoerd, heeft van de gemeente een last onder dwangsom opgelegd gekregen vanwege een verstoring in het verbrandingsproces die niet was gemeld, met als gevolg extra emissies. Waarom gaat de gemeente dat probleem nu samen met de Provincie helpen oplossen?”

“Dit betreft een incident dat inmiddels is opgelost. Er is geen relatie met het subsidiebesluit. De huidige emissies voldoen aan de milieunormen,” zegt Van der Meer. “Met deze subsidie stimuleren we het bedrijf om het meest vergaande filter procedé toe te gaan passen. Zonder deze subsidie zou het bedrijf in een andere techniek investeren met maar 25% reductie van stikstof. Nu wordt de uitstoot van allerlei stoffen zoals stikstof lager dan bij de verbranding van aardgas. Als dit goed werkt, dan zou dit mogelijk bij de rijksoverheid kunnen leiden tot aanvullende regelgeving en normen voor biomassacentrales. Iets waar tegenstanders van biomassa al langer voor ijveren.”

Op Twitter ging het warmtebedrijf zelf nog een stapje verder: “Technisch is het mogelijk om de luchtkwaliteit dermate te verbeteren dat onze installaties de lucht in Ede gaan zuiveren ten opzichte van de situatie van woningen op aardgas,” aldus de twitterende voorlichter. Een claim die door andere twitteraars meteen onder kritiek werd gesteld. “De lucht die uit de schoorstenen van de Edese biomassacentrales komt is natuurlijk niet ‘zuiverder’ dan de buitenlucht,” meldde raadslid Erik Wesselius van Mens en Milieu Ede. “Alleen al de CO2-uitstoot van biomassacentrales is (per opgewekte hoeveelheid warmte) groter dan bij het verbranden van steenkolen of aardgas.”

Op mijn vraag dat ‘zuiveren’ eens toe te lichten reageerde de woordvoerder niet meer. Sterker nog: het warmtebedrijf sloot daags erna haar Twitter-account.

Rond de gemeenteraadsverkiezingen sloot de Gemeente Ede een strategische samenwerkingsovereenkomst met het Warmtebedrijf Ede en ontvingen de drie biomassacentrales bovendien 2 miljoen euro subsidie van provincie en gemeente. In de Edese gemeenteraad is hier een oordeelsvormende vergadering over aangevraagd. Bureau Spotlight besteedt in twee verdiepende artikelen aandacht aan deze ontwikkeling.

Waarom doen we dat? Energie voor Elkaar, de holding van het Warmtebedrijf Ede en de Edese biomassacentrales, is een belangrijke speler in de energietransitie. Deze monopolist is niet transparant over haar eigendomsstructuur, een investering van 250 miljoen euro door het Luxemburgse fonds Asper Dorothea en de exacte herkomst van de gebruikte biomassa.

De belangrijkste punten uit dit artikel:

  • Het Warmtebedrijf Ede kreeg 124 miljoen euro SDE-subsidie van het Rijk gegund, maar gebruikte dit ondanks toezeggingen niet om goede filters te installeren. Wel werd een nieuwe subsidie van 2 miljoen euro bij provincie en gemeente aangevraagd.
  • Verkiezingstijd en recessen worden nogal eens gebruikt om maatschappelijk gevoelige dossiers te laten passeren.
  • Er zijn duidelijke kaders voor de toekenning van subsidies. Gedeputeerde Jan van der Meer van de Provincie Gelderland en wethouder Leon Meijer van Ede verdedigen op grond hiervan de subsidietoekenning aan de Edese biomassacentrales. Dat het bedrijf het zelf ook wel kan betalen is geen overweging geweest.
  • Het warmtebedrijf negeert kritische vragen en wil niet vertellen welke filtertechnieken worden toegepast. De subsidie lijkt te zijn toegekend op basis van claims van het bedrijf zelf.

Bureau Spotlight voert zelfstandig en voor mediapartners in de Foodvalley onderzoeksjournalistiek uit en blijft de energietransitie volgen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis en het netwerk van inwoners zelf. Heb je expertise op dit gebied of tips, laat het ons weten. Stuur een mail naar marc@bureauspotlight.nl en we nemen contact met je op.

Energietransitie
marc2021

Marc van der Woude

Onderzoeksjournalist

Aandachtsgebieden: Edese politiek, Wageningen University, innovatie, energietransitie, woningmarkt, religie en spiritualiteit, natuur en …
Profiel-pagina