De ontwikkelingen rond het Edese warmtenet volgen elkaar in rap tempo op. Naast de genoemde strategische overeenkomst kregen de drie biomassacentrales op 22 maart tevens 1,7 miljoen euro subsidie van de Provincie Gelderland, aangevuld met 3 ton van de Gemeente Ede. Een dergelijke voortvarendheid zien we ook bij de plannen voor windenergie. Op 29 maart presenteerde de gemeente tot verbijstering van bewoners 19 potentiële locaties voor windmolens. En dat allemaal in de verkiezingsmaand.

Door de oorlog in Oekraïne lijkt de energietransitie in een stroomversnelling te komen. We voelen de urgentie. Misschien is dat juist goed, een crisis kan helpen om echt knoppen om te zetten. Maar het vraagt natuurlijk wel zorgvuldigheid. Daarom stellen we ook kritische vragen bij deze ontwikkelingen, zodat de belangen en afwegingen op tafel komen en het maatschappelijk gesprek beter kan worden gevoerd.

De gemeente houdt een slag om de arm

Deze week kijken we naar de ‘gezamenlijke strategische agenda’ die de Gemeente Ede en het Warmtebedrijf Ede met elkaar hebben bepaald. Volgens een persbericht van de gemeente, een notitie aan de gemeenteraad en het collegebesluit staan hierin afspraken over het aantal aansluitingen, gebruik van bio-grondstoffen en de uitstoot van de centrales. De overeenkomst zelf is een openbaar stuk, iedereen kan het dus lezen. Het is ondertekend door wethouder Leon Meijer namens de Gemeente Ede en Valentijn Kleijnen, de directeur van het Warmtebedrijf Ede. De overeenkomst loopt van 2022 tot en met 2024.

Omdat landelijk een nieuwe Warmtewet in de maak is en er ook onderzoek wordt gedaan naar de vorming van een Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB), is de looptijd korter dan de gebruikelijke vijf jaar. De gemeente wil medio 2024, naar de inzichten van dat moment, nieuwe afspraken kunnen maken. In de Warmtewet staan voorschriften voor marktordening, tariefregulering en verduurzaming bij het leveren van warmte. De nieuwe wet wordt naar verwachting “richtinggevend voor aspecten als eigenaarschap van de infrastructuur en opschalingsstrategie.” Dat is dus iets om rekening mee te houden.

Door de oorlog in Oekraïne en de prijsexplosie van gas heeft biomassa onverwachts betere kaarten gedeeld gekregen. Ongetwijfeld hebben ze bij Energie voor Elkaar een rondje op de directietafel gedanst. De gemeente ziet deze realiteit ook en houdt biomassaverbranding als tijdelijke tussenvorm in stand, totdat duurzamere vormen van energie-opwekking zijn gevonden die het warmtenet kunnen voeden. Daarbij wordt vooral gekeken naar aardwarmte, en in mindere mate naar zonnewarmte, warmte uit riolen en restwarmte van (data)bedrijven.

In twee jaar 10.000 ‘woningequivalenten’ erbij

Op dit moment zijn op het Edese warmtenet 20.000 ‘woningequivalenten’ (WEQ) aangesloten, van de in totaal 71.200 WEQ in onze gemeente. Concreet betekent dit 9.000 woningen en een aantal grote bedrijven die bij elkaar voor 11.000 woningen aan warmte verbruiken. Het warmtenet van Vattenfall in de wijk Kernhem en een aantal complexen van Woonstede vallen hier ook onder. De warmte wordt opgewekt door drie biomassacentrales (duurzame energie installaties, DEI’s genoemd) aan de Dwarsweg, Geerweg en Knuttelweg. Ook wordt gebruik gemaakt van restwarmte van bedrijven.

In de ‘strategische agenda’ is de ambitie vastgelegd om in de komende 2,5 jaar 10.000 nieuwe WEQ aan te sluiten en dus een groei van 50% te realiseren. In de Transitievisie Warmte van de Gemeente Ede is de route naar een aardgasvrij Ede uitgestippeld. Hierbij wordt voor mogelijke aansluiting op het warmtenet vooral gekeken naar wijken die vóór 1975 zijn gebouwd, zoals Veldhuizen A, Zeeheldenbuurt, Indische buurt, de Steinen, Vogelbuurt, Bloemenbuurt, het Centrum en Beatrixpark. Ede kiest ervoor om zoveel mogelijk keuzevrijheid bij de woningeigenaren te laten. Wordt je wijk aardgasvrij gemaakt en wil je niet op het warmtenet, dan kun je ook voor een eigen warmteoplossing kiezen, mits deze minstens net zo duurzaam is. Dit wordt de ‘opt-out’ regeling genoemd.

edewijkenaardgasvrij

Hoe ziet de Gemeente Ede haar eigen regierol?

In mijn eerdere artikel over de investering van 250 miljoen euro door het Luxemburgse fonds Asper Dorothea schreef ik dat de Gemeente Ede als het gaat om het Warmtebedrijf “de toch al zwakke regie volledig kwijt lijkt te zijn.” Naar verluidt is verantwoordelijk wethouder Leon Meijer daar rood over aangelopen, dus misschien goed om daar nog even op terug te komen. Bewust gebruikte ik de formulering “lijkt te zijn.” Lezers kunnen voor zichzelf wegen of deze observatie hout snijdt of niet.

Ondanks dat Energie voor Elkaar, het moederbedrijf van het Warmtebedrijf Ede, nu buitenlandse belanghebbenden heeft, heeft de gemeente zelf niet het gevoel de regie kwijt te zijn. “Bijna alle activiteiten van het Warmtebedrijf zijn gereguleerd vanuit de gemeente of andere overheden. Denk aan vergunningen, toezicht en handhaving. Daarnaast werken we vanuit een faciliterende rol samen met het bedrijf,” aldus een woordvoerder.

Laten we daar eens een laagje dieper naar kijken. In mei 2020 verscheen op het burgerblog Ede Dorp een kleine geschiedenis van het warmtenet door energiedeskundige Nicolaas van Everdingen – bekend van het Edese Plushuis. Hij legt hierin beknopt en helder uit hoe SGP-wethouder Breunis van de Weerd in de collegeperiode 2010-2014 tamelijk visieloos in zee ging met een particuliere ondernemer die een warmtebedrijf wilde uitrollen. In de jaren die volgden werd dit warmtebedrijf door de gemeente ruimhartig gefaciliteerd met concessies. Deze waren volgens Van Everdingen niet in het publieke belang en vanuit het oogpunt van energiegebruik ook niet strategisch doordacht. Door het op een akkoordje te gooien met projectontwikkelaars liep het warmtebedrijf financieel fantastisch binnen. Woningkopers zaten aan langlopende contracten vast waar ze niet makkelijk vanaf konden. Toezicht op het functioneren van de biomassacentrales die het warmtenet voedden was er vanuit de gemeente niet.

Drie jaar geleden liet de Gemeente Ede organisatieadviesbureau Berenschot onderzoeken hoe ze toch meer grip zou kunnen krijgen op de collectieve warmtevoorziening, en hoe de relatie met het warmtebedrijf dan het beste geregeld kon worden. In dit rapport is de (te) grote afhankelijkheid van één partij (destijds MPD, nu Energie voor Elkaar) expliciet als probleem benoemd. De gemeente zou bij een tariefsverhoging of een mogelijke overname van het bedrijf maar heel beperkt regie kunnen uitoefenen om de publieke belangen te beschermen. “Het handelingsperspectief is beperkt,” aldus Berenschot. Toch gaf het adviesbureau aan dat de gemeente wel enige invloed kan uitoefenen op het warmtebedrijf door voorwaarden te stellen aan concessies en overeenkomsten.

De enige manier waarop de gemeente optimale regie over de warmtevoorziening zou kunnen voeren is door middel van een overname van het warmtebedrijf of het vormen van een nieuwe joint-venture. Deze opties werden door Berenschot als ‘complex’ geklassificeerd en lijken inmiddels van tafel te zijn verdwenen. Dan resteert als optie alleen nog een ‘alliantie’ met het warmtebedrijf, waarbij de gemeente wel probeert het maatschappelijk belang van een algemeen nutsbedrijf hoog te houden, maar weinig tot geen regie kan voeren. Berenschot spreekt over ‘vrijwillige beïnvloeding’, oftewel de gemeente kan wel iets willen, maar het warmtebedrijf moet dat ook zien zitten. Het warmtebedrijf liet meteen weten dat rendement (winst) maken een harde voorwaarde is.

In de Transitievisie Warmte van 2021 heeft de gemeente eindelijk wel zelf over haar rol nagedacht. Ze geeft aan te kiezen voor de combinatie tussen een sturenderegierol en een procesgerichte regierol. De ‘sturing’ zit ‘m in het gericht toewerken naar zoveel mogelijk verduurzaming, en het ‘proces’ gaat erover dat je de wensen van inwoners als startpunt neemt. Op aspecten waar nog niet goed op kan worden gestuurd neemt de gemeente een afwachtende houding aan, gericht op het volgen van landelijke ontwikkelingen. Deze regierol van de gemeente is dus diffuus, voor burgers lang niet altijd helder, en omdat de gemeente de regie over het warmtenet in het verleden al uit handen heeft gegeven in de praktijk zwak.

Wat is er concreet met het Warmtebedrijf Ede afgesproken?

Laten we daarom eens kijken naar wat de gemeente en het warmtebedrijf nu concreet met elkaar hebben afgesproken.

Het Warmtebedrijf Ede wil naast Woonstede vooral particuliere woningeigenaren overhalen zich op het warmtenet aan te sluiten. De gemeente zal proberen dat waar nodig te faciliteren met vergunningen, instemmingsbesluiten en voordelige concessies, waar apart afspraken over worden gemaakt. Deze ‘aparte afspraken’ zijn voor burgers echter niet transparant. Besluiten van het college worden op hoofdlijnen wel aan de raad gecommuniceerd, maar lang niet altijd in detail.

Het warmtebedrijf zegt toe uiterlijk 2025 maatregelen te nemen om de uitstoot van stikstof en andere verontreiniging met 25% te verminderen door toepassing van nieuwe filters. Filters die het bedrijf twee jaar geleden al had toegezegd, maar dus nog steeds niet heeft geplaatst. Als er een subsidie komt van de provincie wil het warmtebedrijf de emissie nog verder terugdringen. Dit moet eens per jaar door een geaccrediteerd bureau worden gemeten, aan Omgevingsdienst De Vallei worden doorgegeven, en met klanten worden gecommuniceerd.

De gemeente heeft ook laten vastleggen dat de communicatie van het warmtebedrijf met omwonenden en de aangesloten huishoudens moet verbeteren. “Daarbij zijn openheid en transparantie uitgangspunt,” aldus de overeenkomst. Maar dit is alleen gespecificeerd voor de warmtetarieven, de emissies en een duurzaamheidsjaarverslag op hoofdlijnen.

Vorige maand constateerde ik een artikel dat op BureauSpotlight.nl is te lezen dat de transparantie van moederbedrijf Energie voor Elkaar te wensen over laat. Onze nog openstaande vragen zijn ook ná het tekenen van de overeenkomst niet beantwoord. De gemeente heeft daar minder oog voor. “Het warmtebedrijf is een privaat bedrijf,” aldus de woordvoerder van wethouder Meijer. “De maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van transparantie moeten worden afgewogen tegen de bedrijfsbelangen.” Wel is er “frequent overleg ingeregeld.”

Gezien de monopoliepositie en de maatschappelijke functie van het warmtebedrijf kun je je afvragen of de gemeente (die onze maatschappelijke belangen dient te behartigen) transparantie over het eigenaarschap, de rendementen voor investeerders en de exacte herkomst van de biomassa niet als voorwaarde had kunnen stellen om tot een strategische overeenkomst te komen. We kunnen in ieder geval vaststellen dat dit niet is gebeurd.

Neemt de Provincie Gelderland het warmtenet over?

In de stukken valt op dat de vorige overeenkomst met het Warmtebedrijf Ede al in 2020 afliep (periode 2015-2020), terwijl de nieuwe overeenkomst pas in maart 2022 is gesloten. Volgens de gemeente is dat geen opzet. “Een aantal zaken had meer tijd nodig.” Maar in de beantwoording van raadsvragen op 14 mei 2020 meldt het college dat het nog datzelfde jaar een overeenkomst met het warmtebedrijf wil sluiten en voornemens is de raad daarbij te betrekken. Dat is niet gebeurd en het is onduidelijk waarom niet.

Wat is dan de status van de plannen van de Provincie Gelderland om het warmtenet in Ede en andere plaatsen over te kopen van Energie voor Elkaar in de vorm van een Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB)? Uit een haalbaarheidsonderzoek dat eind 2021 is afgerond blijkt dat het helemaal niet de bedoeling is dat de provincie het Edese warmtebedrijf gaat uitkopen op de infrastructuur. Deze studie gaat alleen over de ontwikkeling van nieuwe (publieke) warmtenetten. De overheid houdt dan het eigenaarschap over de infrastructuur en private bedrijven kunnen de warmte leveren. Zeg maar de ideale uitgangspunten die het college eigenlijk in de periode 2010-2014 had moeten omarmen, maar heeft laten lopen.

De buizen in de Edese grond blijven dus van Energie voor Elkaar en daarmee binnen de investering van het Asper Dorothea fonds. Een woordvoerder van de provincie bevestigde dit: “Er zijn geen plannen om bestaande warmtenetten over te nemen. Dat is meer een kwestie voor de gemeente Ede zelf.” Maar Ede gaat dat niet doen. Dus blijft het huidige warmtenet onder regie van buitenlandse investeerders.

Rond de gemeenteraadsverkiezingen sloot de Gemeente Ede een strategische samenwerkingsovereenkomst met het Warmtebedrijf Ede en ontvingen de drie biomassacentrales bovendien 2 miljoen euro subsidie van provincie en gemeente. In de Edese gemeenteraad is hier een oordeelsvormende vergadering over aangevraagd. Bureau Spotlight besteedt in twee verdiepende artikelen aandacht aan deze ontwikkeling.

Waarom doen we dat? Energie voor Elkaar, de holding van het Warmtebedrijf Ede en de Edese biomassacentrales, is een belangrijke speler in de energietransitie. Deze monopolist is niet transparant over haar eigendomsstructuur, een investering van 250 miljoen euro door het Luxemburgse fonds Asper Dorothea en de exacte herkomst van de gebruikte biomassa.

De belangrijkste punten uit dit artikel:

  • Door de oorlog in Oekraïne en stijgende gasprijzen heeft biomassa onverwachts weer betere kaarten gekregen.
  • Sinds de start van het warmtenet in Ede heeft de gemeente het initiatief vooral aan het Warmtebedrijf Ede gelaten en nauwelijks regie gevoerd om maatschappelijke belangen goed te borgen. De gemeente kan het warmtebedrijf proberen te ‘beïnvloeden’, maar heeft in de praktijk weinig te vertellen.
  • In de nieuwe strategische agenda zijn vooral intenties uitgesproken, de gemeente heeft geen harde voorwaarden gesteld.
  • De komende twee jaar worden 10.000 nieuwe ‘woningequivalenten’ aangesloten op het warmtenet, een groei van 50%.
  • Het Edese warmtenet wordt niet door de Provincie Gelderland overgenomen, maar blijft in handen van Energie voor Elkaar en Asper Dorothea.

Bureau Spotlight voert zelfstandig en voor mediapartners in de Foodvalley onderzoeksjournalistiek uit en blijft de energietransitie volgen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis en het netwerk van inwoners zelf. Heb je expertise op dit gebied of tips, laat het ons weten. Stuur een mail naar marc@bureauspotlight.nl en we nemen contact met je op.

Energietransitie
marc2021

Marc van der Woude

Onderzoeksjournalist

Aandachtsgebieden: Edese politiek, Wageningen University, innovatie, energietransitie, woningmarkt, religie en spiritualiteit, natuur en …
Profiel-pagina
Lees één reactie